Hoeveel geluid maakt een elektrische bolderkar tijdens het rijden?
Een elektrische bolderkar kopen is één ding, maar je wilt natuurlijk niet dat je de hele buurt bij elkaar schreeuwt als je boodschappen gaat doen. Stel je voor: je rijdt rustig door de straat, maar je kar maakt zoveel herrie dat de buren achter de geraniums gaan kijken.
Dat is niet de bedoeling. Je zoekt rust, gemak en een vleugje technologie.
Je wilt weten wat je kunt verwachten van het geluidsniveau van die stille krachtpatser. Hoeveel decibel produceren die motoren eigenlijk? En wat kun je zelf doen om het nog stiller te maken? Laten we de stekker eruit trekken en het geluid van elektrische bolderkarren eens goed beluisteren.
Wat je nodig hebt voordat je gaat meten
Voordat je de geluidsmeter tevoorschijn haalt, is het slim om te weten wat je precies gaat testen. Je kunt natuurlijk niet zomaar elk karretje langs de meetlat leggen.
Je hebt een elektrische bolderkar nodig die je serieus neemt. Denk aan een model van een merk als Easy Wheels of de Urban Arrow Cargo. Een simpele kar met een losse elektromotor van 250 watt doet het niet.
Je wilt een stabiele, kwalitatieve bolderkar die voldoet aan de Europese normen.
Verder heb je een geluidsmeter nodig. Die kun je voor een tientje kopen bij de bouwmarkt of online. Zoek naar een decibelmeter die tot minimaal 30 dB kan meten. Je smartphone met een geluidsmeter-app is een optie, maar voor serieuze metingen is een externe meter beter.
Zorg dat je een plek vindt met weinig omgevingsgeluid. Een woonerf op een doordeweekse ochtend is prima, maar een drukke straat is waardeloos.
Tot slot: een opgeladen accu. Een lege accu maakt soms meer geluid of presteert minder, dus laad hem volledig op.
Stap 1: De juiste locatie en basisgeluid meten
Je begint met het bepalen van je meetlocatie. Je wilt een zo stil mogelijke omgeving.
Zoek een straat zonder verkeer, een parkeerplaats of een rustig fietspad. De ideale temperatuur is tussen de 15 en 25 graden Celsius.
Te koud of te warm beïnvloedt de accu en de motor. Zorg dat je minimaal 10 meter vrijheid hebt om te rijden zonder obstakels. Meet eerst het basisgeluid van de omgeving. Houd de geluidsmeter op ongeveer 1,5 meter hoogte (borsthoogte) en 1 meter afstand van de grond.
Zet de meter aan en laat hem 30 seconden stabiliseren. Noteer de gemiddelde waarde.
Dit is je referentiepunt. Als dit boven de 45 dB zit (bijvoorbeeld door wind of verkeer), zoek dan een andere plek. Dit is een veelgemaakte fout: vergeten het omgevingsgeluid te meten. Je meet anders het totaalplaatje en niet het geluid van de kar.
Stap 2: De meting bij stationair draaien
Als de omgeving stil is, is het tijd voor de eerste test.
Zet de bolderkar neer en schakel de motor in. De meeste elektrische bolderkarren hebben een trappersysteem of een gaspedaal. Laat de motor stationair draaien.
Dat betekent: je geeft geen gas, maar de motor staat aan. Dit is het geluid van de elektronica en de motor zelf, zonder belasting.
Houd de geluidsmeter op dezelfde hoogte en op 50 cm afstand van de motor.
Je hoeft niet direct op de motor te wijzen, maar houd de meter gericht op de bron. Wacht tot de meting stabiel is. Je zult waarschijnst een waarde zien tussen de 35 en 45 dB. Dit is fluisterstil. Vergelijk dit met een koelkast die aanstaat (rond de 40 dB).
Als je een Babboe City of Tern GSD test, hoor je bijna niets. Een veelgemaakte fout is dat je te dichtbij gaat staan. Op 50 cm hoor je de motor, maar in de praktijk zit je verder weg.
Stap 3: Rijden onder belasting
Het echte werk begint nu. Je gaat rijden. Rijd met een constante snelheid van 15 km/uur, de maximale ondersteuningssnelheid.
Zorg dat je een stukje recht rijdt, minimaal 10 seconden lang. Vraag iemand om te meten, of zet de geluidsmeter op een stabiele plek (bijvoorbeeld op een statief) en rijd er langs.
De meting moet gebeuren op 1 meter afstand van de zijkant van de kar. Wat je nu hoort is het geluid van de motor onder belasting, de banden op het wegdek en eventueel wat geratel van de bak. Een elektrische motor maakt weinig geluid, maar de banden kunnen wel lawaai maken.
Bij een volgeladen kar (denk aan 50 kg boodschappen) kan het geluid iets toenemen. Verwacht een meting tussen de 45 en 55 dB. Dit is stiller dan een normale gesprekssfeer (rond de 60 dB). Als je een model met een Bosch Performance Line CX motor hebt (zoals bij Riese & Müller Load), hoor je vooral een zacht zoemend geluid.
Stap 4: Remmen en optrekken
Remmen en optrekken zijn de momenten waarop je iets meer geluid kunt verwachten.
Remmen met een hydraulische schijfrem (zoals op de Tern HSD) maakt bijna geen geluid. Een ouderwetse velgrem kan wel piepen, maar die zul je niet snel hebben op een moderne elektrische bolderkar die de toekomst van stadsdistributie vormgeeft.
Test het optrekken. Geef vol gas vanuit stilstand. De motor moet even harder werken. Je hoort nu een kort, iets harder zoemgeluid.
Meet dit direct bij het wegrijden. De meting kan nu pieken naar 50-55 dB. Dit is normaal.
Een veelgemaakte fout is om te denken dat een piek in geluid betekent dat de kar kapot is. Een motor heeft nu eenmaal een piekbelasting nodig om van 0 naar 15 km/u te gaan. Als het geluid schurend of knarsend is, is er iets mis met de motor of de aandrijfriem.
Stap 5: De impact van lading en ondergrond
Een lege kar maakt minder geluid dan een volle. De banden worden harder en de vering moet meer werk verzetten. Herhaal de rijtest (Stap 3) nu met een volgeladen bak.
Vul hem met 40 kg aan gewicht (zakken zand of waterflessen). Rijd weer hetzelfde stuk.
Je zult merken dat het geluidsniveau met 2 tot 5 dB toeneemt. Vooral het geluid van de banden op het wegdek wordt harder.
De ondergrond is cruciaal. Asfalt is stil. Klinkers of kinderkopjes zijn lawaaiig. Rijd ook eens over een klinkerweggetje.
Je zult een duidelijke toename horen in het geratel van de bak en de banden.
Dit kan oplopen tot 60 dB. Dit is geen motorlawaai, maar contactgeluid. Tip: zorg voor goede vering. De Cube Kathmandu Hybrid heeft een geveerde voorvork en zadelpen, wat het contactgeluid flink reduceert.
Veelgemaakte fouten bij het meten van geluid
- Vergeten te kalibreren: Zet je geluidsmeter altijd eerst op nul (of volg de handleiding). Een ongekalibreerde meter geeft waardes die niet kloppen.
- Te dichtbij meten: Als je de meter op 10 cm afstand van de motor houdt, meet je een veel hogere waarde dan in de praktijk. Houd 50 cm tot 1 meter aan.
- Winderig weer: Wind maakt lawaai en beïnvloedt de meting. Binnen of op een windstille dag meten is essentieel.
- Verkeerde positie: De meting moet op oorhoogte van een fietser of voetganger gebeuren. Niet vanaf de grond of vanuit een raam.
Verificatie-checklist: is jouw elektrische bolderkar stil genoeg?
Om te controleren of je meting klopt en of je kar voldoet, loop je deze checklist na.
Checklist voor een stille rit:
- De omgeving meet < 45 dB.
- Stationair draaien meet < 45 dB.
- Rijden op asfalt (15 km/u) meet < 55 dB.
- Optrekken piekt < 60 dB.
- Geen schurende of knarsende geluiden.
- De banden hebben voldoende spanning (geen bonkend geluid).
- De ketting/riem is gesmeerd en loopt soepel.
Als je alle punten kunt afvinken, weet je zeker dat je een goede meting hebt gedaan en dat je kar in orde is. Als je boven de 60 dB uitkomt bij normaal rijden, controleer dan de bandenspanning en de smering van de motor. Een bandenspanning van 2,5 bar (bij 20 inch banden) is een goed startpunt. Te zachte banden maken meer lawaai en verhogen het rolgeluid.
Bij elektrische bolderkarren van merken als Babboe of Yakima is het ook verstandig om de lagers in de wielen te controleren. Vraag je je af of je een speciaal rijbewijs nodig hebt voor dit type vervoer? Een versleten lager geeft in ieder geval een constant zoemend of gierend geluid.
Dit is vaak makkelijk zelf te vervangen of na te laten kijken bij een fietsenmaker.
Met deze stappen weet je precies hoe stil jouw elektrische bolderkar is. Je kunt nu met een gerust hart op pad, wetende dat je geen overlast veroorzaakt en dat je kar technisch in orde is. Vergeet ook niet om je elektrische bolderkar goed op te laden voor een lange levensduur. Een stille kar is een genot voor jou en je omgeving.